In haar nog relatief prille carrière heeft Tessa van Schagen ’genoeg dipjes’ gekend om te weten hoe ze met tegenslag om moet gaan. ,,Op mentaal vlak ben ik de afgelopen jaren een stuk sterker geworden’’, vindt de Leidse atlete (24).

De sprintster komt morgen in actie op de Ter Specke Bokaal, de traditionele opening van het baanseizoen bij AV De Spartaan in Lisse. ,,Ik loop de incourante 150 meter. Altijd weer spannend. Het is een eerste indicatie van hoe je er voor staat, na een lange voorbereiding. In de winter train je de wat langere afstanden, de 200 en 400 metertjes. De laatste weken heb ik me op pure snelheid gericht. Extra startbloktraining, het bijschaven van mijn starttechniek. Dat hoop je terug te zien. Aan de andere kant is het gewoon een lekker wedstrijdje om er weer in te komen. Daar moet je ook niet te zwaar aan tillen.’’

Dat laatste zegt veel over de mentale ontwikkeling van Van Schagen, die met Edwin de Vries – nationaal kampioen op de cross – samenwoont in het Noord-Hollandse Overveen, maar nog altijd in Leiden traint. Perfectionistisch als ze is, legde ze de lat als talentvolle senior veel te hoog. ,,Ik heb geleerd me niet meer blind te staren op tijden, maar me te focussen op het proces. Voorheen keek ik ook veel naar anderen. Dat maakte me onzeker. Ik legde mezelf zoveel druk op, dat er niet uitkwam wat erin zat. Frustrerend. Er zijn dagen geweest waarop ik er helemaal klaar mee was, na wéér een mislukte wedstrijd’’, zo sprak de geboren Leidse in juni 2016, na haar winst van de prestigieuze Gouden Spike, op haar thuisbaan.

Uitgerekend daar, in de Leidse Hout, kwam voor het lid van Leiden Atletiek de ommekeer. Met een geweldige tijd van 22,94 seconden haalde ze op de 200 meter ruim vier tienden van haar PR af. ,,Een enorme hap’’, beseft ze nu. ,,Alles klopte die dag. Dat gaf zoveel vertrouwen. Een week later, op het NK in Amsterdam, ging het zelfs nog harder en liep ik de olympische limiet. De Spelen in Rio waren een droom die uitkwam. Qua resultaten kon het beter. Op de 200 kwam ik in de serie niet in de buurt van mijn PR. En op de 4×100 – met de estafetteploeg, waarmee we een maand eerder Europees kampioen werden – ging het mis bij de eerste wissel (door een fout van Dafne Schippers, RT). Desondanks heb ik er veel van geleerd. Het is zo’n groot evenement, dat moet je gewoon eens ervaren. Alleen die enorme eetzaal in het olympisch dorp al. Ik was echt onder de indruk van alles. Dat overkomt me over twee jaar, in Tokyo, niet meer.’’

Want een nieuwe deelname aan de Spelen blijft het grote doel voor de vijfvoudig Nederlands kampioen op de 200 meter. Daar verandert ook een minder seizoen als het vorige niets aan. ,,In zo’n jaar na de Spelen is het lastig de juiste focus te vinden. Daar hebben veel sporters last van. Het was ook niet héél slecht, want ik pakte wel gewoon de nationale titel op de 200 en stond met de estafetteploeg in de WK-finale. Maar qua tijden kwam ik niet in de buurt van 2016. Ook omdat ik wat dingen heb uitgeprobeerd die niet goed uitpakten, vooral op de start. Dat blijft toch mijn zwakke punt als ’dieseltje’. Tijdens het trainingskamp met de nationale selectie in Spanje, in januari, heb ik daar echter flink aan gesleuteld met mijn trainer en biomechanicus. Nu moet het nog een automatisme worden. Ik voel me goed en heb zin in een nieuw seizoen. Ik wil weer stappen vooruit maken.’’

Tekst: Robert Toret/Leidsch Dagblad