Leiden heeft zijn olympische en paralympische atleten ’uitgezwaaid’. De Stichting Topsport Leiden stak in koetshuis De Burcht de sporters alvast een hart onder de riem.

Binnenkort zetten ze allemaal koers naar Tokio waar, daar ontkom je niet aan, een op voorhand al bijzondere Spelen zullen worden gehouden. De coronapandemie is een altijd aanwezige dreiging, en zal het leven in het olympisch dorp nog anders dan anders maken. Maar wat er niet anders is, is dat de atleten komen om te presteren.

,,Over dertig jaar wordt dit een aflevering van Andere Tijden Sport’’, zegt paralympisch roester Annika van der Meer. Zij en de andere Leidse olympiagangers Laurine van Riessen (baanwielrennen), Nicole Beukers (roeien), Jonne Moleman (parazwemmen), Stef Broenink (roeien), Boudewijn Röell (roeien), Finn Florijn (roeien), Karolien Florijn (roeien) en pararoeicoach Jan Klerks worden deze middag uitgezwaaid door hun stad.

Door trainingskampen en andere omstandigheden kan een aantal van hen niet fysiek aanwezig zijn. Wel krijgen ze allemaal een tas met Leidse spullen, zoals die door Pieter Verhoogt, de Leidse topsportcoördinator, wordt uitgereikt in De Burcht. In de tas onder meer een Leidse vlag, een das, een gids van Tokio en een stick met een mooi filmpje waarop bekende Leidenaars en sporters de olympiërs succes wensen. ,,Tokio is als drie oktober, maar dan elke dag’’, zegt Jochem Myjer vanuit Japan.

Wethouder Paul Dirkse zegt dat sport troost en verstrooiing geeft, en dat de prestaties van de topsporters afstralen op de stad. Daarna blijkt dat Moleman vol vertrouwen naar Tokio zal afreizen. Ze zwemt er op vijf verschillende onderdelen. ,,Volgens de ranglijst zou ik bij alle vijf een medaille moeten kunnen halen. Natuurlijk moeten we alsnog kijken hoe het in Tokio gaat. Ik ben niet zo van de verwachtingen. Ik kijk op het moment zelf wat goed voelt en van daaruit ga ik verder.’’

Voor Röell worden het zijn tweede Olympische Spelen. In Rio haalde hij brons met de Holland Acht, nu gaat hij proberen om met de vierzonder weer op het podium te komen. ,,Er valt wel wat te halen. De ploeg is fitter dan ooit en zelf ben ik ook uitstekend uit alle tests gekomen. We zullen daar weinig kunnen doen behalve roeien, door alle maatregelen. Maar goed, we komen om te roeien. In ons trainingskamp in Oostenrijk, boven op een berg, moesten we het ook hebben van bordspelletjes. We vermaken ons wel.’’

Klerks gaat als roeibondscoach (van onder anderen Van der Meer) naar zijn tweede Paralympische Spelen. Ook kan hij al terugkijken op zes Olympische Spelen als – zeer succesvolle – roeicoach. ,,De eerste keer was in Seoul in 1988. Rienks en Florijn wonnen toen goud. Ik dacht altijd dat het gevoel wel minder zou worden, maar elke keer als je er bent ga je toch weer van yes!’’

Hij dicht zijn roeiers zeker medaillekansen toe, al vindt hij het bij parasport iets moeilijker te voorspellen. Dat ’Tokio’ een aparte ervaring wordt, staat echter wel vast. ,,Je moet elk uur laten weten waar je bent, en er zal daar buiten de baan weinig kunnen. De sporters moeten genoeg meenemen om zichzelf te kunnen vermaken. Maar klagen hoeft niet en dat zullen ze ook niet doen. De sporters kunnen laten zien wat ze kunnen, en daar gaat het om. Het roeien zit altijd in de eerste week van de Spelen. Normaal kon je daarna wat sightseeën, nu vliegen we meteen weer naar huis. Het worden sowieso unieke Spelen.’’

Tekst: Joris Zandbergen/Leidsch Dagblad
Foto: Hielco Kuipers/Leidsch Dagblad