Het moet raar lopen willen de Leidse roeisters Nicole Beukers en Karolien Florijn volgend jaar niet deelnemen aan de Olympische Spelen.

Dinsdag en donderdag kwalificeerden zij zich met respectievelijk de dubbelvier en de vier-zonder-stuurvrouw voor Tokio. Beukers won dinsdag meteen de voorwedstrijd en plaatste zich daarmee meteen ook voor de finale. Florijn was samen met haar ploeggenoten Ellen Hogerwerf, Ymkje Clevering en Veronique Meester gisteren ruimschoots de snelste in de halve eindstrijd. Het kwartet maakte vooral in het eerste deel van de race het verschil. Polen finishte uiteindelijk als tweede op 2,5 seconden van de Nederlanders.

,,De race verliep precies zoals we wilden. Dat we daarmee een olympische startplek hebben verdiend is het gevolg daarvan”, aldus Florijn. Ploeggenoot Meester: ,,Het was wel erg spannend, want je weet dat iedereen vecht voor die paar plekjes die toegang geven tot de Spelen. Technisch was het nog niet perfect. Zaterdag moet het in de finale nog iets beter. Dan gaan we voor goud.”

Boudewijn Röell slaagde er niet in om met zijn vier-zonder-stuurman de finale – en daarmee een olympische startplek – te halen. Ver van een kwalificerende plek vonden zij zich op de streep terug op de vijfde stek. ,,Het was gewoon niet goed”, stelde hij.

Zijn ploeg met verder Nelson Ritsema, Vincent van der Want en Jan van der Bij zat na een lange selectieperiode pas kort bij elkaar. De Leiderdorper erkende dat de korte voorbereidingstijd hen wellicht noodlottig was geworden. ,,Ik had gehoopt dat we de stijgende lijn van de voorwedstrijd naar de herkansing door konden zetten. Maar dat lukte niet. Dit was weer drie stappen terug. Jammer want ik denk echt dat het erin zat.”

In de B-finale wacht zaterdag nog een kleine ontsnappingsmogelijkheid. Een plek bij de eerste twee levert in elk geval voor het IOC een startbewijs op. Dan is vervolgens afwachten op clementie van sportkoepel NOC*NSF.

BRON: Leidsch Dagblad/Coen Eggenkamp