Weer is DIOK de beste rugbyclub van het land. De Leidse trots wordt ongeslagen winnaar van de voorjaarscompetitie, en aangezien er op het moment niet meer te winnen is, voelt dat als een landstitel.

DIOK versloeg Castricum zaterdag met 29-22 en is daardoor niet meer in te halen door de concurrentie. Dat de Leidse club echt de sterkste is, blijkt alleen al uit het feit dat maar liefst twaalf spelers ontbreken en de overwinning toch wordt binnengehaald.

Zes Leidenaars ontbreken wegens verplichtingen met het nationale team, dat volgende week tegen Georgië aan de strijd begint om een WK-ticket. Onder meer om de internationals toch nog wat spelritme te geven, is de voorjaarscompetitie in het leven geroepen tijdens een door corona geteisterd seizoen. Twee keer eerder werd de ereklasse afgebroken vanwege het virus, met DIOK als koploper, en ook deze keer eindigt het niet met een officiële landstitel.

’Dan maar volgend seizoen echt’, is de collectieve stemming aan de Smaragdlaan na afloop van het duel waarin DIOK in de tweede helft de wedstrijd naar zich toetrekt. En waarom ook niet? De Leidse club heeft een ideale mix van sterke routiniers en aanstormende talenten.

Zo is daar de pas 18-jarige Sem Verplancke, die naast de eveneens jeugdige Antoine Bell een prima wedstrijd speelt. Verplancke is groot en al vrij sterk, maar ook snel. Na een soort een-tweetje met Bell drukt hij de bal over de lijn voor 19-10. „We laten zien dat we ook met de jonge jongens dit kunnen. Ik ben erg blij dat de trainer een beroep op me doet, dat hij me vertrouwen geeft. Ik heb heel snel een kans gekregen nadat ik uit de jeugd omhoog was gegaan.”

Verplancke is een van de sleutelspelers tijdens de run van DIOK naar een grote voorsprong. „Dat waren vijftien uitstekende minuten. Mijn try was natuurlijk lekker en ik ben er blij mee, maar het gaat vooral over het team”, aldus de jeugdinternational. „Hopelijk kunnen we volgend jaar alles samenvoegen.”

Leon Koenen is vijftien jaar ouder dan Verplancke. Hij is de aanvoerder van DIOK tegen de Noord-Hollanders, en neemt ook veel van de ’kicks’. Hoewel er nog weinig sleet op zijn lichaam te zien is, voelt hij het wel. „De pijntjes blijven langer. Ik heb twee kids en een fulltime baan. Waarschijnlijk wordt het tijd om te stoppen, maar niet nu. Het is zo gaaf om die jonge jongens door te zien komen, maar vooral wil ik nog een keer dat echte kampioenschap. We zijn al drie jaar de beste en nu wil ik die beker.”

Het ziet er naar uit dat DIOK volgend seizoen een luxeprobleem heeft. Aanstormende talenten en gelouterde internationals staan te springen om te laten zien dat DIOK onbetwist de beste is. „Tien jaar achter elkaar kampioen, zoals vroeger”, zegt Koenen. „Die tien jaar ga ik niet meemaken maar het begin hopelijk wel.”

Voorzitter Cees Ahsmann voorspelt het zelfs. „Wij investeren in de jeugd, en hebben daar de beste trainers. Het wordt doorgegeven van generatie op generatie. Op die manier blijven we nog heel lang toonaangevend.”

Tekst: Joris Zandbergen/Leidsch Dagblad
Foto: Ruud van Brecht/DIOK