In de stromende regen versloeg DIOK tegenstander RC ‘t Gooi. In de tweede speelronde werd het aan de Smaragdlaan 31-0 voor de thuisclub. En er was niets gestolen aan de ogenschijnlijk lastige overwinning.

De Leidse formatie speelde met geduld, niet altijd even netjes en had de tegenstander de hele wedstrijd in haar greep. Alleen jammer dat er, ten gevolge van de coronamaatregelen, geen publiek bij was om er van te kunnen genieten, vond ook de jarige DIOK-captain Ross Bennie Coulson. ,,Natuurlijk is het mooi dat we gewonnen hebben, maar zonder publiek is het niet hetzelfde. Publiek is voor ons als DIOK-spelers belangrijk. Zij helpen ons door de wedstrijden heen als wij het lastig hebben en wij willen ze vermaken met goed spel. Dit is zo vreemd om geen toeschouwers te zien”.

Toch had Coulson zijn mannen op scherp staan en trok direct vanaf het eerste fluitsignaal er vol op uit. In het begin wat aarzelend, maar gaande weg werd DIOK de bovenliggende partij. Terwijl de regen onophoudelijk naar beneden kwam was het Daan van der Avoird die de Naardense verdediging zijn hielen liet zien voor 5-0. Niet veel later deed Mees van Oord dat nog eens dunnetjes over. De conversie voor 12-0 werd door Illie Greeve door de palen geschopt.

Ondanks dat er de nodige omzettingen zijn bij de Leidse hoofdmacht oogt het solide. Vaste waardes als scrumhalf Benjamin Garcia Propato, eerste rijers Richard Manley, Jake Stamenkovic zijn nog niet inzetbaar, waardoor jonge talenten als Tom van Loon en Sem Verplancke hun kans grijpen en volwassen spel laten zien.

Ook in de tweede helft hield DIOK de druk erop. ’t Gooi probeerde het Leidse spel wel te ontregelen, maar kwam even zo vaak daardoor zelf in de problemen. Na een afgekeurde try van Bennie Coulson slaagde de jarige enkele momenten later toch om op eigen kracht een vijfpunter te scoren voor 17-0. Hierna leek het geloof op een goede uitslag bij de tegenstander weg te ebben. Alleskunner Wolf van Dijk en Robin Moenen haalden samen met de conversies van Greeve de eindstreep. Eindstand 31-0.

Tekst: Pieter van der Vliet/Leidsch Dagblad