Nederland moest er op het Eurovisie Songfestival liefst 44 jaar op wachten, dus in die zin viel de periode van droogte voor de rugbyers van DIOK nog mee. Evengoed werd het zwaar op de proef gestelde geduld zaterdagmiddag eindelijk beloond: door een 20-12 zege op aftredend landskampioen ’t Gooi mogen de Leidenaars zich voor het eerst in 21 jaar weer de beste van Nederland noemen.

Terwijl het feestgedruis in volle gang is, vindt op het veld van een kolkend nationaal rugbycentrum een mooi moment plaats. Een zichtbaar geëmotioneerde DIOK-voorzitter Cees Ahsmann valt in de armen van Marcel Verburg. ,,Dit is jullie zo ontzettend gegund’’, voegt zijn collega van ZZ Leiden, dat afgelopen dinsdag in de halve finale van de play-offs om de landstitel in het basketbal werd uitgeschakeld door Donar, hem toe. ,,En het is niet alleen Marcel hè. Als je ziet hoeveel bestuurders van andere Leidse clubs hier zijn, maakt mijn sporthart een sprongetje. We zijn als clubs echt verenigd. Voor DIOK is dit een markeringspunt in de geschiedenis. Dit is het kampioenschap van de hele club, van al die honderden vrijwilligers, van al die duizenden mensen – waaronder heel veel jeugdleden – die hier vandaag waren om DIOK naar de overwinning te schreeuwen

Tussen 1989 en 1998 stond er geen maat op DIOK, dat liefst tien keer op rij landskampioen werd. Toen die hegemonie in 1999 door HRC doorbroken werd, deed men daar in het Leidse kamp nogal luchtig over. ,,Misschien is het ook wel goed dat iemand anders een keer kampioen wordt’’, relativeerde Marcel van Loon, destijds aanvoerder, na de de verloren finale tegen de Hagenaars. ,,Na een periode van hoogtij, komt altijd verval, zeker in de sport’’, voegde toenmalig voorzitter Bert van Veen daaraan toe. ,,Maar als we zo doorgaan, zitten we zo weer aan de top.’’

Het bleek ’iets’ te optimistisch gedacht. Twee decennia bleef DIOK verstoken van nieuw succes. Het verval van de hoofdmacht had ook zijn uitwerking op de rest van de club, die inmiddels in alle opzichten floreert maar ook jarenlang in zwaar weer verkeerde. Het noopte Ahsmann en consorten zeven jaar geleden tot het opstellen van het meerjarenbeleidsplan ’DIOK 2021’, een verwijzing naar het jaar waarin de Leidenaars hun vijftigjarig jubileum wilden vieren met eindelijk weer eens een landstitel. ,,We lopen twee jaar voor op schema’’, stelde de architect achter het succes, die in zijn beginjaren ook bakken kritiek te verwerken kreeg, genoegzaam vast. Om vervolgens het ijzer te smeden als het heet is. ,,Ja, we komen van ver. Maar we kijken niet in de achteruitkijkspiegel, maar door de voorruit. De toekomst ziet er rooskleurig uit, al hebben we ook zorgen wat betreft onze huisvesting. Dit kampioenschap gaat ongetwijfeld weer onze aantrekkingskracht op de jeugd vergroten. We barsten nu al uit ons jasje aan de Smaragdlaan. We hebben er gelukkig momenteel wel een noodlocatie aan de Boshuizerkade bij, maar DIOK heeft gewoon structureel behoefte aan twee extra velden. Er komen de komende jaren nog 25.000 mensen bij in onze mooie stad. Daarom wil ik een dringend beroep op de gemeente doen: offer geen grasspriet meer op voor steen.’’

Over steen gesproken: in de eerste helft van de finale stond de verdediging van DIOK weer als een huis. Een sterke defensie is sowieso het fundament gebleken waarop het succes van de ploeg van Andy Egonu dit seizoen rust. Met een spectaculaire rush vanaf de eigen 22-meterlijn bezorgde Oliva Sialau – de center uit Samoa is een genot om naar te kijken – de Leidenaars na een overname een vlotte voorsprong. Ilie Greeve benutte de conversie en zorgde even later met een rake penalty zelfs voor 10-0. ’t Gooi leek van slag en DIOK-captain Ross Bennie-Coulson profiteerde optimaal, waarna Greeve de bal ook nog keurig tussen de palen schoot. ’Half time: 0-17. 60% ball and lots of initiative. 2 errors…’, klonk het twitteraccount van ’t Gooi in de rust ietwat verbitterd.

Een ogenschijnlijk comfortabele voorsprong halverwege dus, maar ’t Gooi liet dit seizoen al vaak zien over karakter te beschikken. Ook in de tweede helft werd DIOK weer met de rug tegen de muur gezet en nu toonde de Leidse verdedigingsmuur wel haarscheurtjes. Twee Naardense try’s binnen vijf minuten leken de wedstrijd te doen kantelen, maar via een betwistbare penalty gaf Greeve DIOK weer wat lucht: 12-20. In de wetenschap dat een try met benutte conversie slechts zeven punten (en dus niet genoeg) zou opleveren, werd het spel van ’t Gooi erg gehaast en daarmee speelde het DIOK, dat in de slotfase eenvoudig overeind bleef, in de kaart.

De ontlading na het laatste fluitsignaal verraadde de enorme hunkering naar de twaalfde landstitel, waar men in Leiden-zuid zo lang op moest wachten. ,,Je ziet wat het losmaakt’’, geniet een stralende Bennie-Coulson, terwijl hij handtekeningen uitdeelt aan een paar mini’s die hij twee keer per week traint. ,,Toen ik hier vijf jaar geleden kwam had DIOK 200 leden, nu zijn het er al 600 en de club groeit nog steeds. Als je op zaterdagochtend al die jeugd op de club ziet rondlopen, geweldig. Ook vandaag kregen we weer zoveel steun. We wilden dit zo graag voor al die mensen en dat zorgde voor vastberadenheid. Het was zeker niet makkelijk, want er lag na al die jaren heel wat druk op. Maar dit team zet nooit een stap opzij of achteruit. Dat is waar DIOK – letterlijk en figuurlijk – voor staat: Doorzetten Is Onze Kracht.’’

Tekst: Robert Toret/Leidsch Dagblad
Foto: Twitteraccount DIOK