Het strenge regime van de topschaatser heeft zijn vruchten afgeworpen: Kjeld Nuis is olympisch kampioen op de 1.500 en de 1.000 meter. Maar de skater uit Leiden is nooit helemaal uit hem verdwenen.

Als 16-jarige tiener stond Kjeld Nuis op een kruispunt in zijn leven. Kies ik voor het onbezorgde leven van het skatepark of het keurslijf van de schaatsbaan? Hij koos voor het laatste. Nu, twaalf jaar later, is hij tweevoudig olympisch kampioen.

Nuis denkt nog vaak aan terug aan de tijd dat hij met een groepje rondhing op de skatebanen in de omgeving van Leiden. Het rondzwerven door de stad op zoek naar mooie spots, de vriendschap en vooral de vrijheid. Blowen in de zon, uitgaan tot diep in de nacht.

Als puber kon hij de gordijnen openen, de zon zien en denken: lekker, ik ga skaten. ‘Ik ben nu iemand die elke dag een schema afwerkt. Mijn week is gepland, mijn maand is gepland, mijn jaar is gepland.’

Vanaf zijn 7de was hij elk verloren moment in het skatepark naast zijn ouderlijke huis in Leiden te vinden. Vlak bij zijn school ook. Op schooldagen stond hij voor de lessen begonnen op wieltjes trucjes te oefenen. ‘Pas als de bel klonk, ging ik met skates aan naar school.’

Op diezelfde leeftijd begon hij met schaatsen. Heel lang waren dat parallelle werelden. Kjeld op asfalt en Kjeld op ijs. Later begon het te wringen. Als zijn vrienden in de schemering bij de halfpipe hingen – drankje erbij – en plannen maakten om de stad in te gaan, kon Nuis niet mee. Hij moest de volgende ochtend trainen. ‘Je hebt toch vanmorgen al getraind?’, vroegen ze. ‘Ze snapten het niet.’

Nuis luisterde naar zijn vader en koos voor de klapschaatsen, maar het skaten heeft hem nooit helemaal verlaten

Na een heftig auto-ongeluk kwam de omslag. Nuis zat in een auto die tegen een file botste. Zijn gezicht lag in puin. Een jaar lang schaatste hij niet. Zijn schoolprestaties – hij deed vwo – liepen terug. Zijn vader greep in, vertelde Nuis in 2015. ‘Hij vroeg: wat wil je? Als je nu niet voor het schaatsen gaat, haal je de rest nooit meer in.’

Nuis luisterde naar zijn vader en koos voor de klapschaatsen, maar het skaten heeft hem nooit helemaal verlaten. Je hoort het als hij praat. Iets is ‘chill’ of ‘vet’, niet leuk of mooi. Hij is een stadsjongen in een sport van boerenzonen. Patrick Roest, die dinsdag verrassend zilver pakte op de 1.500 meter, komt van een boerderij in Lekkerkerk. Maar ook wereld- en olympisch kampioenen als Mark Tuitert, Erben Wennemars, Ids Postma en Ard Schenk groeiden op tussen de koeien en gewassen.

Dat Nuis bijna tien jaar op skates de acrobaat uithing, helpt hem nog altijd. Hij is motorisch sterk en pikt aanwijzingen die zijn coach Jac Orie hem geeft snel op. Als junior bij het gewest Zuid-Holland, viel dat al op. ‘We trainden op een voetbalveld met van die boarding erlangs. Dan moesten we over die reling lopen en om de stap in een schaatshouding gaan zitten. De meesten konden er niet eens op blijven staan.’ De verbazing over zoveel klunzigheid klinkt tien jaar later nog door in zijn stem. ‘Ik ging er makkelijk overheen, want met skaten grind je ook over zo’n rail.’

Het wilde karakter van het skaten zat ook nog lang in hem, de zucht naar adrenaline. Een paar jaar geleden kocht hij een motor. ‘Een naked bike. 1000 cc, bam, lekker snel. Maar dat is niets voor mij, joh. Elke keer dat ik ermee reed, dacht ik: dit had het einde kunnen zijn.’

Nuis kon zich niet inhouden, trok vol gas weg bij stoplichten, haalde halsbrekende toeren uit. Tot hij merkte dat het echt gevaarlijk werd, dat hij soms door automobilisten over het hoofd gezien werd. Het besef kwam: ik heb een kind, waar ben ik mee bezig? Na een jaar verkocht hij zijn motor. ‘Een heel volwassen beslissing.’ Nu rijdt hij op een ‘vrouwenscootertje’ door zijn woonplaats Emmen.

Hij is verstandiger geworden. Het is de leeftijd, meer dan zijn omgeving. Zijn oude skatevrienden zijn ook niet meer de losbollen van voorheen. Zij hebben inmiddels gewoon een baan. Net als hij, want schaatsen is werk. ‘Je moet honderd procent dedicated zijn.’

Twee keer zag Nuis zijn olympische droom vervliegen. In 2010 werd hij slachtoffer van het ondoorzichtige selectiesysteem. Vier jaar later, voor Sotsji, ging hij ziekjes en nerveus het olympisch kwalificatietoernooi in. Hij verprutste het en moest later op televisie toekijken hoe Zbigniew Brodka, de Pool die hij oneindig vaak verslagen had, het goud greep.

Hij schakelde de hulp van een sportpyscholoog in. Hij wilde leren zijn zenuwen beter te beheersen. Sindsdien doet hij ontspanningsoefeningen en zag die aanpak tot succes leiden bij de WK afstanden van vorig jaar. Hij werd wereldkampioen op de 1.000 en 1.500 meter, voor het eerst. Het strenge regime van de topschaatser wierp vruchten af. Op de Gangneung Oval werd hij tweevoudig Olympisch kampioen.

Tekst: Erik van Lakerveld/De Volkskrant
Foto: RTL Nieuws