Met een verbaasd gezicht komt Robby Kevlishvili het podium op om de beker in ontvangst te nemen. De schaker is even daarvoor de verrassende winnaar geworden van het 78ste Daniël Noteboomtoernooi in zalencentrum Corpus in Oegstgeest.

,,Tot vorig jaar, toen ik derde eindigde, vond ik dit toernooi nooit leuk. Het ging altijd slecht, maar dit had ik nooit verwacht. Eerlijk gezegd heb ik wel geluk gehad met de tegenstanders’’, vertelt de zestienjarige Zoetermeerder, die geen enkele keer een grootmeester treft.

Met vijf punten uit zes partijen eindigt Kevlishvili gelijk met drie anderen, maar op basis van SB-punten (doorslaggevend in zo’n situatie) pakt hij de winst op het weekendtoernooi dat van vrijdagavond tot en met zondagmiddag wordt gespeeld. Kevlishvili laat de vijf deelnemende grootmeesters achter zich: Benjamin Bok (de winnaar van editie 2016), de Bulgaar Petar Arnaudov, Roeland Pruijssers, viervoudig winnaar Pedrag Nikolić en de Belg Alexandre Dgebuadze.

Die laatste van het rijtje grootmeesters wordt vrijdagavond verslagen door de lokale schaker Giel van Rijn, die als ’amateur’ voor de eerste keer meedoet. ,,Ik doe het allemaal voor de lol’’, zegt de Leiderdorper.

In 24 zetten is hij klaar met Dgebuadze. ,,Mooi om een keer mee te maken’’, zegt Van Rijn lachend. ,,Het is de eerste keer dat ik tegen een grootmeester speel en direct win ik. Ik vroeg hem na afloop nog om de wedstrijd te analyseren, alleen wilde hij niet. Hij zei dat het al laat was, maar dat was het natuurlijk niet.’’

Na de verliespartij in speelronde één verlaat Dgebuadze het toernooi onmiddellijk. Niet vanwege ziekte of andere omstandigheden, maar omdat hij niet meer kan winnen. Iets wat overigens nauwelijks voor komt in de schaakwereld. Op zaterdag hoort toernooidirecteur Rudy van Wessel dat de Belg meedoet met een ’rapid’ schaaktoernooi in Rotterdam, waar Dgebuadze ook vroegtijdig vertrekt.

,,Ik heb dit nog niet eerder meegemaakt’’, vertelt Van Wessel. ,,Hij komt op de zwarte lijst, want dit zijn ’broodschakers ’die alleen maar voor het geld komen.’’

Het prijzengeld, voor de nummers één tot en met vier, wordt uiteindelijk verdeeld onder de spelers die gelijk eindigen: zo’n 650 euro per persoon. Voor de jonge Kevlishvili, nu nog middelbare scholier, behoorlijk veel geld. ,,Voor een zestienjarige is dat behoorlijk lekker. Wat ik ervan ga kopen weet ik niet, maar ik zet het wel op m’n spaarrekening’’, zegt de winnaar knipogend.

Met Kevlishvili heeft het toernooi een mooie titelhouder. Een talent voor de toekomst. Voor Van Wessel blijft het ieder jaar lastig om de echt grote namen binnen te halen.

,,De meeste grootmeesters willen vooraf al geld zien om hier te kunnen spelen. Dat lukt met ons budget niet, maar in 2020 willen we het wel weer groot aanpakken tijdens het 150-jarig bestaan van het Leidsch Schaakgenootschap (LSG). Misschien wel met namen uit het rijtje Magnus Carlsen of Garri Kasparov.’’

 Tekst: Tom Mentink/LD
 Foto: Taco van der Eb/LD